Een verbrekingsvergoeding (ook opzeggingsvergoeding of "compensatory notice payment" in het Engels) is de financiële vergoeding die een werkgever betaalt wanneer hij een arbeidsovereenkomst onmiddellijk beëindigt, zonder de opzegtermijn te laten presteren. In ruil ontvangt de werknemer een bedrag gelijk aan het loon dat hij zou hebben ontvangen gedurende de opzegtermijn.
In België is de verbrekingsvergoeding geregeld in de Wet van 3 juli 1978 en het eenheidsstatuut van 2014. De vergoeding is een volwaardig alternatief voor het presteren van de opzegtermijn en heeft dezelfde rechtsgevolgen. Zowel de werkgever als de werknemer kan in bepaalde omstandigheden aanspraak maken op een verbrekingsvergoeding.
Het grote voordeel voor de werkgever is onmiddellijke beëindiging: de werknemer vertrekt op de dag zelf en heeft geen toegang meer tot bedrijfsgeheimen, klanten of collega's. Voor de werknemer betekent het een directe betaling, maar ook het verlies van de zekerheid van een maandelijks loon gedurende de opzegtermijn.
De verbrekingsvergoeding omvat het actueel loon én alle voordelen verbonden aan de arbeidsovereenkomst, zoals:
De basisformule is:
Verbrekingsvergoeding = Huidig bruto maandloon × (Aantal weken opzegtermijn / 4,33)
Waarbij 4,33 het gemiddeld aantal weken per maand is (52 weken / 12 maanden).
Anciënniteit: 3 jaar (werkgever ontslaat)
Opzegtermijn: 10 weken
Bruto maandloon: €3.200
Verbrekingsvergoeding bruto: €3.200 × (10 / 4,33) = €3.200 × 2,31 = €7.390 bruto
RSZ-bijdrage (13,07%): – €965
Na RSZ: €6.425
Bedrijfsvoorheffing varieert naargelang gezinssituatie en belastingschijf.
Anciënniteit: 10 jaar (werkgever ontslaat)
Opzegtermijn: 27 weken
Bruto maandloon: €4.500 + bedrijfswagen €500 = €5.000 totaal
Verbrekingsvergoeding bruto: €5.000 × (27 / 4,33) = €5.000 × 6,24 = €31.180 bruto
Dit benadrukt het belang van een correct ontslagdossier voor werkgevers.
Anciënniteit: 5 jaar (werknemer neemt ontslag, naleeft opzegtermijn niet)
Opzegtermijn werknemer: 12 weken
Bruto maandloon: €2.800
Verschuldigd door werknemer: €2.800 × (12 / 4,33) = €7.760 bruto
In de praktijk vordert de werkgever dit zelden op, maar het recht bestaat.
Op een verbrekingsvergoeding zijn de gewone RSZ-werknemersbijdragen verschuldigd: 13,07% van het brutobedrag. Dit is hetzelfde tarief als op gewoon loon. De werkgever is ook zijn eigen RSZ-bijdrage verschuldigd (ca. 25%).
De verbrekingsvergoeding wordt belast als vervangingsinkomen. De werkgever houdt bedrijfsvoorheffing in op het nettobedrag (na RSZ). Het tarief hangt af van uw belastingsituatie: gezinssamenstelling, andere inkomsten, belastingschijf.
De verbrekingsvergoeding wordt aangegeven in uw jaarlijkse belastingaangifte. Afhankelijk van uw totale inkomen in dat jaar kan er een bijkomende belasting of een terugbetaling volgen.
| Aspect | Opzegtermijn presteren | Verbrekingsvergoeding |
|---|---|---|
| Wanneer vertrekken? | Na het verstrijken van de opzegtermijn | Onmiddellijk |
| Zekerheid inkomen | Maandelijks loon tijdens termijn | Éénmalige som |
| Sociale bescherming | Normale werknemersstatus | Geen werknemersstatus na vertrek |
| Werkloosheid | Pas na afloop termijn | Onmiddellijk na ontslag |
| Bedrijfsgeheimen | Risico op kennisoverdracht | Geen toegang meer na vertrek |
| Sfeer werkvloer | Kan gespannen zijn | Schone breuk |
| Belasting | Gewoon loon (progressief) | Vervangingsinkomen (progressief) |
Presteren is interessant als u nog een project wilt afronden, uw anciënniteit wilt opbouwen voor voordelen (vakantiegeld, eindejaarspremie) of als u nog geen nieuwe job heeft gevonden en de tijd wilt gebruiken voor sollicitaties (met sollicitatieverlof).
Een verbrekingsvergoeding is aantrekkelijk voor de werkgever bij vertrouwelijke functies, bij een slechte werksfeer, of wanneer de werknemer snel beschikbaar moet zijn voor een nieuwe werkgever. Voor de werknemer biedt het onmiddellijke vrijheid en (doorgaans snellere) toegang tot werkloosheidsuitkeringen.
Bij een opzegtermijn werkt de werknemer nog tijdens de looptijd en ontvangt maandelijks loon. Bij een verbrekingsvergoeding vertrekt de werknemer onmiddellijk en ontvangt een forfaitaire som gelijk aan het loon over de opzegtermijn. Beide zijn wettelijk gelijkwaardig.
Ja. Op de verbrekingsvergoeding zijn RSZ-werknemersbijdragen (13,07%) verschuldigd, gevolgd door bedrijfsvoorheffing. Het nettobedrag hangt af van uw persoonlijke belastingsituatie. Raadpleeg een belastingadviseur voor een precieze berekening.
Na ontvangst van een verbrekingsvergoeding geldt een wachttijd bij de uitbetalingsinstelling. De werkloosheidsuitkering gaat pas in nadat de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding is verstreken. Uw vakbond of het OCMW kan u informeren over de exacte ingangsdatum.
U kunt dit in overleg met de werkgever bespreken. Als de werkgever ontslag geeft, heeft hij de keuze: opzegtermijn of verbrekingsvergoeding. U kunt als werknemer uw voorkeur uitspreken, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij de werkgever.
Op de verbrekingsvergoeding worden RSZ-bijdragen betaald, die gelijk staan aan deze op normaal loon. De periode die gedekt wordt door de verbrekingsvergoeding telt dan ook mee voor de pensioenopbouw, alsof u die periode gewerkt had.
Als de werkgever weigert te betalen of een te laag bedrag betaalt, kunt u via de arbeidsrechtbank uw rechten afdwingen. U kunt ook een klacht indienen bij de Sociale Inspectie. Uw vakbond of een arbeidsrechtadvocaat kan u begeleiden in dit proces.